Skip to main content

Basisrouting

De meest basale Laravel-route neemt een URI en een closure. Zonder ingewikkelde configuratiebestanden definieer je zo eenvoudig routes en hun gedrag.

Standaard routebestanden

Alle Laravel-routes definieer je in de routebestanden in de map routes/. Laravel laadt deze bestanden automatisch op basis van de configuratie in bootstrap/app.php. In routes/web.php definieer je de routes voor de browser. Op de routes in dit bestand wordt de web-middlewaregroep toegepast, die sessies, CSRF-bescherming en cookie-encryptie biedt.

API-routes

Biedt je applicatie een stateless API aan, dan kun je API-routing inschakelen met het Artisan-commando install:api.
Het commando install:api installeert Laravel Sanctum en maakt het bestand routes/api.php aan. Sanctum biedt een eenvoudige en robuuste API-token-authenticatieguard voor externe API-consumers, SPA’s en mobiele applicaties.
De routes in routes/api.php zijn stateless en krijgen de api-middlewaregroep. Bovendien krijgen alle routes automatisch de URI-prefix /api, dus die hoef je niet zelf toe te voegen. Wil je de prefix wijzigen, pas dan het bestand bootstrap/app.php van je applicatie aan.

Beschikbare HTTP-methoden

De router kan routes registreren voor alle HTTP-methoden.
Voor routes die op meerdere HTTP-methoden reageren gebruik je match of any.
Neem in HTML-formulieren die POST, PUT, PATCH of DELETE versturen naar routes in het web-routebestand altijd de @csrf-directive op. Doe je dat niet, dan wordt het request geweigerd.

Routes die een view teruggeven

Als een route alleen een view hoeft terug te geven, kun je dat beknopt schrijven met Route::view.

Routeparameters

Verplichte parameters

Om een deel van de URL dynamisch op te vangen gebruik je routeparameters. Parameters omsluit je met {} en ontvang je als argument van de routecallback.
Je kunt ook meerdere parameters definiëren.
Routeparameters mogen geen /-teken bevatten.

Optionele parameters

Om een parameter optioneel te maken zet je een ? achter de parameternaam en geef je het bijbehorende argument een standaardwaarde.

Parameterbeperkingen met reguliere expressies

Met de where-methode leg je het formaat van een parameter vast via een reguliere expressie.
Veelgebruikte patronen kun je ook met handige hulpmethoden schrijven.

Named routes

Met named routes kun je bij het genereren van URL’s of redirects verwijzen naar de routenaam.

URL’s genereren voor named routes

Om een URL te genereren op basis van een routenaam gebruik je de route-helper.

Redirects

Routegroepen

Je kunt gerelateerde routes groeperen en gedeelde instellingen zoals middleware, controllers en prefixes toepassen.

Middleware

Controllers

Routes die dezelfde controller gebruiken kun je groeperen.

Prefixes

Je kunt de URI’s van routes een gedeelde prefix geven.

Routelijst bekijken

Om alle gedefinieerde routes op te sommen gebruik je een Artisan-commando.
Wil je ook de middleware-informatie zien, doe dan het volgende:
Wil je alleen routes tonen die met een bepaalde URI beginnen, doe dan het volgende:

Volgende stap

Views

Leer hoe je views maakt en data doorgeeft vanuit een controller.
Laatst gewijzigd op 6 september 2026